Overstroming '76

Op zaterdag 3 januari 1976 graait een meedogenloze noordwestenstorm opnieuw woest om zich heen. De dijken zijn geen partij voor de extreem hoge waterstanden. Het hele Scheldebekken kampt met overstromingen. In Antwerpen tikken de waterstanden bijna 8 meter aan. Ruim 3,5 meter hoger dan het gemiddelde hoogwaterpeil. De lichtjes van de Schelde doven uit: elektriciteit is er niet meer, telefoon evenmin. Twee mensen laten het leven. De stoffelijke schade is niet te overzien.

Het water sluit ook de polders ten noorden van Antwerpen en het Waasland in een verlammende houdgreep. Gapende bressen van wel 12 meter breed geven de Scheldedijk in Oorderen een troosteloze aanblik. Hetzelfde tafereel herhaalt zich onder andere in Lillo en Hingene. De gemeente Zandvliet staat driekwart onder. In Ruisbroek aan de Rupel breekt de dijk van de Vliet. Het dorp komt volledig blank te staan. Het water jaagt de mensen hun daken op, wachtend op hulpacties.

De bewoners van de getroffen dorpen zijn boos en verbouwereerd; ze hadden een betere bescherming verwacht. Politici krijgen verwijten naar het hoofd geslingerd. De confrontatie van boze Ruisbroekenaars met Koning Boudewijn is legendarisch. Op 6 januari 1976 verwijten ze onze toenmalige vorst "dat er wel 30 miljard BEF is voor vliegtuigen die boven onze kop razen, maar onvoldoende geld voor de versterking van dijken."